Jacqueline Kok
Tijdens mijn doop wil ik mijn ‘oude ik’ symbolisch begraven en mijn doop een gedenksteen laten zijn om aan terug te denken op dagen dat mijn waarheid niet God’s waarheid is!
Ik kan het gevoel nog terughalen: als 4/5-jarige in de kleuterklas. Toen al bang iets fout te doen of niet te kunnen. In plaats van het te overgroeien werd het hoe en wie ik was: ik was mijn onzekerheid, mijn faalangst, mijn perfectionisme, mijn gevoel van ‘niet goed genoeg’ zijn.
Op mijn 25e jaar bereikte dit zijn dieptepunt: door levensbedreigend af te gaan vallen, had ik iets gevonden waar ik goed in was en waarin ik kon vluchten voor de ‘verantwoordelijkheid van het leven’. Ik wilde mijzelf letterlijk ‘uitgummen’/onzichtbaar maken. In eerste instantie kreeg ik hierdoor ook nog een positiever zelfbeeld, want ik voldeed aan de uiterlijke maatstaven van mijn omgeving.
Met hulp van God (achteraf gezien), mijn lieve geduldige man en anderen, mocht ik mijzelf hieruit knokken. Maar het vechten tegen mijzelf, tegen hoe ik mijzelf ben gaan zien, is soms nog een dagelijkse strijd.
Goede Vrijdag was ik helemaal klaar mee, moegestreden. Ik heb mijn onzekerheid, mijn faalangst, mijn perfectionisme, mijn gevoel van ‘niet goed genoeg’ zijn en alle andere negatieve gedachten tijdens de dienst bij het kruis neergelegd. Er was een gevoel van opluchting, maar er ontstond ook een gevoel van leegte: wie was ik nu nog? In de diensten die volgden, is deze leegte steeds meer opgevuld met waarheden van God over mij: ik ben niet mijn onzekerheid, faalangst en al het andere negatieve, maar ik ben God’s geliefde kind! Met vallen en opstaan, mag ik hierin nog steeds groeien en ontdekken. Dit mag meer en meer mijn waarheid worden!

